U bent hier:

Blog

30/10/2023

Mijn naam is Madeleine Grandiek en ik ben 58 jaar. In 2011 ben ik begonnen met de studie Criminologie. Ja, je leest het goed, ik was 46 jaar toen ik met die studie begon. Ik had er op dat moment natuurlijk al een hele loopbaan op zitten. Begonnen als HR-adviseur na een studie in die richting, op mijn 30e begonnen met een studie Nederlands Recht, waarna ik als jurist aan de slag ging en dus daarna nog een studie Criminologie.  In 2015 behaalde ik mijn master. Een beetje de "eeuwige student" kun je wel zeggen. Ik werkte als arbeidsjurist bij de Rijksoverheid toen een teamleider aan mij vroeg of de functie van plaatsvervangend directeur (zeg maar: adjunctdirecteur) van een gevangenis niks voor mij was. Dat is natuurlijk een hele specifieke functie, maar dat kwam omdat mijn afdeling voor het gevangeniswezen de arbeid juridische zaken deed: in zaken waarbij een proces tegen een werknemer werd gevoerd, vertegenwoordigde ik de werkgever. Ik had nooit echt goed over die functie nagedacht, maar met mijn studie in het achterhoofd klonk dat eigenlijk wel goed. Na een lange en uitgebreide selectieprocedure werd ik aangenomen. Ik ben op 1 september 2020 in de Penitentiaire Inrichting (PI) in Grave in die functie begonnen, midden in corona-tijd dus. Dat was in de "echte" wereld al gedoe, maar in een gesloten setting als een gevangenis al helemaal. Daar kun je niet thuiswerken, is afstand houden vaak niet mogelijk en de vaccinatiegraad was extreem laag.

Als directielid van een gevangenis ben ik natuurlijk medeverantwoordelijk voor het goed laten draaien van de organisatie. Hier zit een extra element aan vast in de vorm van contact met de gedetineerden. Ik heb dagelijks contact met de boeven. Dat komt omdat alleen een directielid een straf mag opleggen als de gedetineerde iets in de gevangenis heeft gedaan wat niet mag: drugs gebruikt, gevochten, personeel uitgescholden, enzovoorts. Daar worden straffen voor opgelegd. Dat betekent een aantal dagen niet uit de cel mogen komen, geen tv hebben en niet mogen bellen, of een aantal dagen naar de isoleercel, een lege cel met alleen een matras en een toilet erin. Ik maak dan een afweging van de ernst van het feit, het gedrag van de gedetineerde in detentie en bepaal vervolgens welke straf ik opleg. Maar ook ben ik betrokken bij de re-integratie van gedetineerden. We hebben contact met de reclassering en gemeenten om ervoor te zorgen dat gedetineerden opvang en onderdak hebben als ze buiten komen.

Mijn achtergrond als criminoloog helpt mij bij het begrijpen van de omstandigheden waar deze mannen uit komen, wat nodig is voor hun re-integratie en wat de effecten van gevangenisstraf kunnen zijn. Want ik herinner me ongeveer het eerste college: gevangenisstraf helpt niet. En dat is ook zo. Het helpt de maatschappij wel, maar de gedetineerde niet. Die wordt na zijn detentie vaak door zijn omgeving uitgekotst en heeft dan niet veel keuze dan teruggaan naar zijn oude vrienden. Daarom vind ik het erg belangrijk om ook mededogen te tonen tijdens de detentie. Iemand kan een ernstig feit hebben begaan, maar hij ís niet zijn delict. Hij is ook gewoon een mens, die zich verder prima gedraagt, die humor heeft en waarmee je een gesprek kunt voeren. Als zijn straf erop zit, heeft hij boete gedaan en moet hij weer opgenomen worden door zijn omgeving. Wij helpen gedetineerden daarom tijdens hun detentie met het herstellen van contacten met zijn familie, met slachtoffergesprekken en met het vinden van een huis en werk. Natuurlijk ben ik niet blind voor de draaideurcriminelen, die onverbeterlijk zijn en steeds weer terugkomen. Maar ook voor hun doen wij ons best. Overigens spreek ik hier steeds over "hij", maar ik heb ook in de vrouwengevangenis Ter Peel in Horst aan de Maas gewerkt en daar geldt dit natuurlijk ook allemaal voor. Vrouwen plegen ongeveer 5% van de criminaliteit, dus er zijn minder vrouwelijke gedetineerden. Zij zijn bovendien naast dader ook vaak slachtoffer. Zeker niet altijd, maar je ziet het wel veel in deze groep. Dus hier is zorgen voor een gezonde situatie na detentie misschien nog wel belangrijker.

Mijn studie was geen voorwaarde om deze functie in te kunnen vullen. Wél een academische opleiding, maar iedere richting was goed. Toch heb ik veel plezier van zowel mijn criminologische als mijn juridische achtergrond. Het is de manier van denken die ik ontwikkeld heb die maakt dat ik zaken herken en in kan schatten. Als er wetenschappelijke onderzoeken in het gevangeniswezen worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld naar de effecten van detentie op de vader-kind relatie of het gebruik van geweld in detentie, lever ik altijd graag mijn bijdrage.

Maar hoe kom je nu precies op mijn functie terecht? Ik zei al, ik heb gesolliciteerd. Dat kan op een vacature of een open sollicitatie naar de Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI. Als je wordt aangenomen word je eerst trainee. Dat betekent ongeveer een jaar in opleiding in twee inrichtingen. Ik ben begonnen in PI Grave. Na een half jaar werd ik overgeplaatst naar de PI Zuid Oost, die bestaat uit de mannengevangenis in Roermond en vrouwengevangenis in Horst aan de Maas. Daar heb ik mijn trainee-schap afgerond en een vaste aanstelling gekregen. Sinds 1 september werk ik weer in Grave, nu omdat ik daar zelf weer heb gesolliciteerd. En ik heb een wereldbaan! Iedere dag gebeurt er iets, het is nooit saai en ik vlieg de hele dag van hot naar her. Geen moment spijt dus!

 


Bron afbeelding: https://www.werkenvoornederland.nl/organisaties/dienst-justitiele-inrichtingen